donderdag 11 mei 2017

Photo Book Sketches by Ed van der Elsken acquired by Leiden University Library Photography


Photo book sketches by Ed van der Elsken acquired by University Library

11 May 2017
Leiden University has acquired previously unknown dummy material by Dutch photographer Ed van der Elsken (1925-1990). These are sketch versions of the photo book Sweet Life from 1966, which give unique insights into the creative process behind the photo books.

At the same time as the acquisition by Leiden University, the Stedelijk Museum in Amsterdam has also acquired new photo material, partly through procurement and partly in the form of gifts. These new acquisitions mean that the work of Ed van der Elsken is now firmly anchored in two public collections in the Netherlands.


World trip
In 1959 and 1960 Ed van der Elsken and Gerda van der Veen, his second wife, spent 13 months travelling around the west coast of Africa, continuing to Asia, via Kuala Lumpur, Singapore, Hong Kong and Japan, and eventually crossing the ocean to the United States and Mexico. Besides photos, the two artists made brief travel reports for the Dutch broadcasting company AVRO that were later televised. In the years between the artists' travels and the publication of the work (around 1961-1965), Van der Elsken made a number of sketches of the photos in order to determine the lay-out for the book.

Unique material
‘Although the photo books have been published internationally, pre-studies and dummies are unique material that really give you a feel for the artist and his skills,' says Maartje van den Heuvel, curator of Photography at the Leiden University Libraries. 'By comparing pre-studies you can see the creative process behind Sweet Life and the kinds of doubts and considerations that occupied Van der Elsken when he was preparing the book.' Along with the notes that the photographer made on the dummy material, the sketches give a unique insight into his thought processes. 'Particularly given that Sweet Life was close to Van der Esken's heart and it is a powerful expression of his artistry, this is a fantastic find and a very valuable acquisition,' Van den Heuvel explains.


Collection of versions of the sketches
Since 1975 Leiden University has had four of the five sketch versions of Sweet Life in its Library collection. The recently purchased dummy material was discovered among the Ed van der Elsken Estate, and its acquisition completes the Library's collection of dummies. With the acquisition of the newly acquired sketches, the second pre-study for Sweet Life, for which Van der Elsken sketched all the photos by hand on separate sheets, now comprises 73 pages rather than the previous 32. The fourth pre-study, made up of loose pages on which hand-made photo prints are affixed, now has 110 pages with the addition of the newly found 86 sketches.  In the present digital era, it is hard to imagine just how labour-intensive this kind of work was in the 1960s.

Research and teaching
Leiden University has some thirty dummies of famous Dutch photo books by Johan van der Keuken, Ed van der Elsken, Emmy Andriesse, Willem Diepraam and Koos Breuke, making the Leiden collection the most significant source for photo and art-historical research. Items from the collection are regularly loaned to museums.

The purchase of the dummy material was funded by the Rembrandt Association, with support from the Acquisition Fund of the BankGiro Lottery and the Mondriaan Fund.

122 photos to the Stedelijk Museum Amsterdam
The Stedelijk Museum, which already had more than 300 photos by this eminent Dutch photographer, has also extended its collection: 61 photos have been donated to the collection by the Ed van der Elsken Estate,  and a further 61 photos have been purchased. These are photos of his travels in Central Africa and Japan, and photos taken in Amsterdam. The works, both donated and purchased, are already part of the Ed van der Elsken - Camera in Love exhibition that can be seen in the Stedelijk Museum until 21 May.

Photos: pages from the newly acquired dummy material for Ed van der Elsken's book Sweet Life, from 1966.


Waarom gesteund?

30 juni 2014: Universitaire Bibliotheken Leiden verwerft twee fotoboeken van Ata Kando


Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: Voorstudies en dummy’s van fotoboeken zijn van belang om de ontwikkeling van het Nederlandse fotoboek te kunnen zien. De opmerkingen en aanwijzingen die de kunstenaar er vaak op heeft aangebracht, geven inzicht in de persoonlijke opvattingen en werkwijze. Dit bepaalt in het algemeen de kunsthistorische waarde van de dummy’s van de fotoboeken waar Nederland zo beroemd om is.
De Vereniging Rembrandt hielp de Universitaire Bibliotheken Leiden in 2004 bij de aankoop van de dummy van Ata Kandó’s eerste boek Droom in het woud. Nu steunt de Vereniging hen bij de aankoop van de dummy’s voor haar tweede boek Kalypso & Nausikaä. Samen met de dummy’s van haar voormalig echtgenoot Ed van der Elsken voor zijn boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés is het nu mogelijk om op een unieke wijze de verschillende verbanden tussen deze werken te belichten en is tevens te zien welke ontwikkeling Ata Kandó in haar werk heeft doorgemaakt.
Deze aankoop is mede mogelijk gemaakt door het Themafonds Fotografie van de Vereniging Rembrandt.
Samenstelling: Maartje van den Heuvel, conservator Fotografie Universitaire Bibliotheken Leiden

















Ed van der Elsken

1954 (boek gepubliceerd in 1955)
Dummy Een Liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés
Dummy van 148 pagina's met 33 opgeplakte foto's, twee reproducties (op omslag voor- en achterzijde) en 1 tekening, 27,5 x 21,3 x 2,0 cm
Collectie Universiteit Leiden, inv. nr. PK-F-75.347.
Dit boek maakte Ed van der Elsken in zijn Parijse tijd, die hij samen met Ata Kandó doormaakte. Heel vergelijkbaar met Kalypso & Nausikaä van Kandó, de aankoop, is de vorm van de fotoroman die Van der Elsken hier hanteerde. In de layout die hij samen met vormgever Jurriaan Schrofer ontwierp, combineerde hij foto's in verschillende formaten met kleurvlakken in een filmisch ritme. Volgens kenners introduceerde Van der Elsken met dit boek de 'diaristic mode', naar het Engelse woord 'diary'. Dit fotoboek als fictief persoonlijk verhaal in fotoromanvorm zou internationaal navolging krijgen. Kandó hanteert ook deze persoonlijke romanvorm. Waar Van der Elsken echter verhaalt over jongeren die hij in de Parijse café's ontmoet, maakt Ata Kandó fotoboeken met en over haar drie eigen kinderen.


Ata Kando

1955 (boek gepubliceerd in 1957)
Twee fotoboekdummy's Droom in het woud / Madeleine la Fée des Bois
twee voorstudies met papieren bladen en opgeplakte originele fotoafdrukken (ontwikkelgelatinezilverdrukken)
Dit is het eerste boek dat Ata Kandó maakte in haar Parijse tijd, waarin zij Ed van der Elsken ontmoette. Samen met deze Nederlandse fotograaf, met wie zij later zou trouwen, experimenteerde zij met het fotoboek als persoonlijk en fictief verhaal in fotoromanvorm. Kandó, die het communisme in haar geboorteland Hongarije was ontvlucht, verdiende in Parijs enig geld in de doka's van fotoagentschap Magnum. Hier drukte zij foto's af van onder andere Robert Capa en Henri Cartier-Bresson. Ondanks haar armoede bracht zij haar drie kinderen in contact met bijzondere natuur en landschappen van Europa en liftte met hen in zomer 1955 naar de Alpen. Naar aanleiding van de mythe De schone slaapster liet zij haar kinderen scenes verzinnen en theatraal ensceneren, die zij vervolgens fotografeerde. Dezelfde opzet, maar dan in een ander landschap en met een ander verhaal, zou zij het jaar erna hanteren voor het boek dat nu is aangekocht, Kalypso & Nausikaä.


Ata Kando

Zomer 1956 (boek gepubliceerd in 2004)
Fotoboekdummy I Kalypso & Nausikaä : foto’s naar Homerus’ Odyssee
Voorstudie van 35 losse bladen met opgeplakte originele foto’s (handafgedrukte ontwikkelgelatinezilverdrukken), grafische elementen en aantekeningen, 42,6 x 32,1 x 3,3 cm.
Kalypso & Nausikaä is het tweede boek dat Ata Kandó maakte in de Parijse tijd die zij deels met Ed van der Elsken doorbracht. Net als Van der Elsken in Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés en net als in haar eerste boek, combineerde Kandó in dit werk foto's in een layout met afwisselend grote en kleine formaten tot een filmisch geheel. Deze eerste dummy is geheel van Kandó's eigen hand en zonder de samenwerking van vormgever Jurriaan Schrofer tot stand gekomen. Doordat deze nogal afwijkt van de tweede dummy, naar welke het gepubliceerde boek is gemaakt, geeft deze aankoop uniek inzicht in de artistieke opvattingen van Ata Kandó zelf.

Ata Kando

Zomer 1956 (boek gepubliceerd in 2004)
Fotoboekdummy II Kalypso & Nausikaä : foto’s naar Homerus’ Odyssee
Dummy met 26 bladen met opgeplakte originele foto’s (handafgedrukte ontwikkelgelatinezilverdrukken), grafische elementen en aantekeningen, 28,5 x22,5 x 3,2 cm
Nadat zij een eerste dummy zelf had vormgegeven en geproduceerd (zie andere deel van de aankoop, PK-F-2014-0034) zou Ata Kandó met vormgever Jurriaan Schrofer deze tweede dummy geheel herzien. In de uiteindelijke versie - naar welke ook het gepubliceerde boek is gemaakt - werd de afwisseling tussen grote en kleine formaten vervangen door de keuze om alle foto's paginavullend weer te geven. Het formaat van het boek en het aantal foto's werden kleiner. Het fotoboek verbeeldt een fantasie op Homerus' Odyssee, die Kandó haar kinderen in het Italiaanse Paestum liet ensceneren. Het persoonlijke, fictieve karakter en de structuur van de fotoroman van dit fotoboek is wat de fotoboeken van Ata Kandó en Ed van der Elsken uit deze Parijse periode zo beroemd maakt. Doordat met deze aankoop de voorstudies van al deze drie boeken in de Bijzondere Collecties van Universiteit Leiden aanwezig zijn, ontstaat een unieke mogelijkheid tot vergelijken.


Johan van der Keuken (Amsterdam 1938 - Amsterdam 2001)

1956-1958 (boek gepubliceerd 1963)
Paris Mortel
dummy papier met opgeplakte originele fotoafdrukken (ontwikkelgelatinezilverdrukken), 30,0 x 24,0 x 3,3 cm
Collectie Universiteit Leiden, PK-F-94.0150
Paris Mortel geeft niet alleen aan dat meer fotografen, net als Ed van der Elsken en Ata Kandó, in de jaren vijftig waren gefascineerd door Parijs. Samen met Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés, Droom in het woud en Kalypso & Nausikaä is Paris Mortel exemplarisch voor het bijzondere karakter van het na-oorlogse Nederlandse fotoboek, bereikt door de hoge kwaliteit van de afzonderlijke foto's, de persoonlijke en fictieve aard van het verhaal en de filmische structuur die het beeldverhaal kreeg door de layout van fotocombinaties. Als enige collectie in Nederland geeft Universiteit Leiden met meer dan dertig dummy's inzicht in de bijzondere geschiedenis van het na-oorlogse Nederlandse fotoboek.


Columns en recensies Recensies | 7 november 2013 | Door: PhotoQ
Paris Mortel is nu onsterfelijk
Paris mortel retouché, dat net verschenen is en volgende week wordt gepresenteerd in Parijs, is een prachtig boek van Willem van Zoetendaal, waarin hij op allerlei lagen het fotoboek Paris Mortel van Johan van der Keuken heeft aangeraakt: de ontstaansgeschiedenis van het boek uit 1963, het oorspronkelijke ontwerp in zijn definitieve versie, het uiteindelijke gedrukte ontwerp, het niet gebruikte beeldmateriaal en het karakter van zijn fotografie in relatie tot zijn tijd.

– door Leo Divendal –

Joan van der Keuken (hij veranderde zijn voornaam in Johan in 1964) studeerde aan de IDHEC film academie in Parijs van oktober 1956 tot augustus 1958. Recent was in het EYE-filmmuseum zijn eerste korte film Paris à l’aube te zien die hij in dezelfde periode maakte, een ontwakend Parijs in sfeervolle, bijna fotografische filmbeelden.

Paris Mortel, dat in de werktitel nog Paris Immortel heette drukt precies uit wat Van der Keuken wilde en wat geleidelijk aan voor hem duidelijker werd in de jaren tussen de foto’s en het ontwerpen: een rauwer, zwarter en socialer beeld geven van Parijs, dan het romantische beeld dat de fotografen van Parijs ons voorschotelden in zijn boek laten zien.

Willem van Zoetendaal heeft een grondige studie gemaakt naar Paris Mortel en er in dit zojuist verschenen boek een helder essay over geschreven, over passie en ambacht gesproken. De geschiedenis van het oorspronkelijke boek qua samenstelling en ontwerp wordt door hem op zijn constructie ontleed en toegankelijk gemaakt: hoe zit Van der Keukens fotografie eigenlijk in elkaar, onder invloed van welke fotografen stond hij, hoe ging hij met dat materiaal om in het maken van een maquette, waarom haalde hij er een ontwerper bij en wat heeft deze aan het werk toegevoegd. Johan heeft zelf over deze periode verschillende uitspraken gedaan die zeer de moeite waard zijn om te lezen, eigenzinnig en kritisch. Op elke pagina van het essay is er heel mooi een als ‘voetnoot’ weergegeven. Het geeft al vroeg aan dat Van der Keuken ook uitvoerig reflecteerde op zijn fotografie, kwesties als uitsnedes, framing, montage, ontwerpen, verschil tussen fotografie en film, William Klein, de jazz muziek van Miles Davis, John Coltrane kregen zijn aandacht en verwoordde hij heel uitgesproken. Dat is hij zijn hele leven trouwens blijven doen. Zo lees ik in een van zijn uitspraken over de periode in Parijs hoe hij tussen zijn 18e en 20e als filmstudent zoveel mogelijk lessen liet vallen om door de stad te dwalen, volledig gegrepen door de fotografie, grote thema’s als ‘Menselijkheid in de Metropolis’ aan te pakken en tot iets persoonlijks te maken.

Het intrigerende is dat in deze studie zowel Johans derde en laatste maquette integraal wordt vertoond alsook het gehele Paris Mortel zoals grafisch ontwerper en typograaf Marinus H. van Raalte die hij kende van het avant-garde magazine Twen waarin eerder iets van de Parijse foto’s vertoond werd en waarin Johan kennelijk vertrouwen stelde.


photoq-zoetendaal-johan-van-der-keuken--paris-mortel-Retouche

We kunnen nauwgezet vergelijkenderwijs volgen wat er zich in dat proces heeft voltrokken. Willem van Zoetendaal heeft naast de integrale laatste maquette en het definitieve ontwerp ook een selectie prachtige foto’s uit die periode opgenomen die niet in het boek zijn opgenomen. Het toont een verrijkt beeld op van het werk van Johan van der Keuken. Je ziet een zekere tweestrijd tussen de romantiek van zijn werk en een politieker, socialer beeld al in dit vroege werk aanwezig. Dit dilemma zal ook in zijn latere werk, zowel in zijn fotografie als zijn films een rol blijven spelen. De ‘nieuwe’ toegevoegde beelden zijn wat zachter, poëtischer en zou misschien het schrijnende van Paris Mortel teveel verzachten of neutraliseren. Deze beelden werden wel al door Johan opgemerkt, in zijn maquette opgenomen of op zijn contact-sheets aangemerkt. Het is een genot om deze foto’s te zien, weerspiegelingen van Johans prachtige blik, zoals een vrouw met een paraplu aan het Canal St. Martin, eerder een foto die aan Kertész doet denken dan aan zijn grote invloeden Ed van der Elsken en William Klein.

Voor mij was Paris Mortel, ergens eind jaren zeventig een eye-opener. Ik was Parijs aan het ontdekken en de romantische fotografen als Izis, Brassaï, Kertész en daar was ineens dat roetzwartfotografische Paris Mortel, dat ik bij een opruimhandelaar in Alphen ontdekte, voor een habbekrats te koop en met vijftien exemplaren tegelijk kocht en vervolgens enthousiast uitdeelde aan mijn fotografische vrienden in Nederland en Parijs, zoals onder andere aan mijn leermeester Izis die zijn romantische boeken Paris des Rêves en Grand bal du printemps over Parijs had gemaakt. Juist daarom hield Izis zo van William Klein en nu ook van de voor hem onbekende Johan van der Keuken, die rauwere en scherpere blik op de grootstad, socialer, bewogen, directer, juist daarom, iets dat hij zelf niet zou kunnen. En ik herken me daarin op dezelfde wijze. Maar dat alles maakt Johans werk in feite niet minder romantisch, het blijft een blik van medeleven, mededogen die altijd bleef doorschemeren in zijn werk.

In 2010 maakte Willem van Zoetendaal Quatorze Juillet van Johan van der Keuken. Noshka van der Lely schreef in dit boek een toelichting op het vertonen van de hele sequence die Johan op 14 juli 1958 maakte, waarvan in Paris Mortel en in latere boeken maar één en steeds dezelfde foto verscheen. Ging het toen om de studie rondom één foto, ditmaal om een heel boek. Toch is er een duidelijk verband tussen beide boeken. Beide studies gaan diep in op de wijze van werken van Johan en proberen aan het licht te brengen wat voor keuzes hij maakte en waarom. Steeds komt in feite de vraag naar voren: wat is de noodzakelijke performance van dit werk. Een kwestie die uiterst zinvol is om het volledige werk beter te begrijpen: hoe en welke selecties zijn gemaakt, hoe en waarom maakte de fotograaf maquettes, ontwierp hij zijn selecties in een grafisch concept, werkte hij samen met ontwerpers en hoe zagen de verschillende werken het licht in hun definitieve gedrukte vorm. Bekend is dat Johan in dergelijke processen, zowel in de fotografische als in zijn filmprojecten, uitermate geïnteresseerd was. Zoals ook in het recente expositieproject in het EYE te zien was, draait het vanaf het begin af aan steeds om montage. Hoe monteer je het werk zo dat beeld, stemming, verhaal, vorm, alles tezamen het beste communiceert, zoals de fotograaf wil overbrengen.

In tegenstelling tot veel fotoboeken over fotoboeken is Paris mortel retouché een uitzondering. Zoals books on books van Errata editions, of de Rijksmuseum studies in photography in een format gestopt worden, doen dergelijke uitgaven niet altijd recht aan het bijzondere en specifieke van een fotografisch werk, doordat ze verschillende projecten in een uniforme reeks stoppen. Willem van Zoetendaal daarentegen maakt telkens, ook dit keer weer een ontwerp dat toegesneden is op dit specifieke werk. En alles integreert perfect: de verschillende lagen, nieuwe beelden, teksten, typografie, maat, drukkwaliteit, covers, allemaal tezamen om tot een optimale performance te komen. Zo is Paris Mortel toch nog ‘immortel’ geworden, opnieuw aangeraakt, zoals uitgedrukt in de mooie titel: Paris Mortel Retouché.


Geen opmerkingen: