donderdag 18 mei 2017

Rijksmuseum Amsterdam Buys first ever Photo book Photographs of British Algae Anna Atkins


Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions

Artist:Anna Atkins (British, 1799–1871)
Date:1843–53
Medium:Cyanotypes
Dimensions:Image: 25.3 x 20 cm (9 15/16 x 7 7/8 in.) each

The first book to be photographically printed and illustrated, Photographs of British Algae was published in fascicles beginning in 1843 and is a landmark in the history of photography. Using specimens she collected herself or received from other amateur scientists, Atkins made the plates by placing wet algae directly on light-sensitized paper and exposing the paper to sunlight. In the 1840s, the study of algae was just beginning to be systematized in Britain, and Atkins based her nomenclature on William Harvey's unillustrated Manual of British Algae (1841), labeling each plate in her own hand.

Although artistic expression was not her primary goal, Atkins was sensitive to the visual appeal of these "flowers of the sea" and arranged her specimens on the page in imaginative and elegant compositions. Uniting rational science with art, Photographs of British Algae is an ambitious and effective book composed entirely of cyanotypes, a process invented in 1842 by Sir John Herschel and long used by architects to duplicate their line drawings as blueprints.

Amsterdam’s Rijksmuseum has bought a copy of what is said to be the oldest book of photography in the world – a study of British algae dating from 1843. The photographs were taken by British female photographer Anna Atkins, a botanist whose husband John was a friend of Sir John Hershel, inventor of the cyanotype photographic process in 1842. A year later Atkins began to use the process to take photograms of seaweed by placing the dried algae directly on the cyanotype paper which was then exposed to light. Atkins published the first edition of Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions in October 1843.  At present, about 20 complete or incomplete editions of the book are known to be in existence. Each edition differs in composition and size. The book acquired by the Rijksmuseum is a rare example because of the large number of photographs (307), the excellent condition of the photographs, and the 19th-century binding. The Amsterdam museum bought the book at the beginning of this year from a New York artist named Michele Oka Doner for €450,000, making it the Rijksmuseum’s most expensive photography purchase. The book will take centre stage at an exhibition on 19th century photography which opens on June 17.


Rijksmuseum koopt allereerste fotoboek
Fotografie
Voor 450.000 euro heeft het Rijksmuseum een fotoboek uit 1843 gekocht van Anna Atkins, de eerste vrouwelijke fotografe.
Daan van Lent
18 mei 2017

Afbeeldingen van zeewier in Photographs of British Algae van Anna Atkins.
Beeld Rijksmuseum

Het allereerste fotoboek in de wereld. Vanaf 1843 in tien jaar tijd gemaakt door de eerste vrouwelijke fotograaf. Dat is de nieuwste aanwinst van het Rijksmuseum, dat deze donderdag de aankoop van Photographs of British Algae van Anna Atkins (1799-1871) bekendmaakt.

Atkins was een botanicus die besloot illustraties te maken bij een destijds net verschenen handboek van zeewieren. De auteur daarvan had uit tijdgebrek dat handboek niet geïllustreerd. Atkins besloot de eerste fotografische technieken aan te wenden om dat wel te doen.

Atkins gebruikte nog geen fotocamera, maar maakte zogeheten cynatopieën. Ze legde het gedroogde zeewier op in water ondergedompeld papier en liet het zonlicht er vijf tot vijftien minuten op inwerken. Door gebruik van twee ijzerzouten in het water kreeg het papier een ‘Pruisisch blauwe’ kleur, waarop het wier na het drogen een witte afdruk achterliet. Deze blauwdruktechniek, die later vooral door architecten zou worden gebruikt, was in de tijd van Atkins de enige simpele manier van contactafdrukken maken, uitgevonden door Sir John Herschel. Atkins en haar man waren bevriend met Herschel en met fotografiepionier William Henry Fox Talbot van wie zij technieken leerde.

Atkins liet haar blad voor blad gemaakte afdrukken binden in een oplage van tussen de twintig en dertig boeken en gaf deze cadeau aan andere botanici. Volgens conservator fotografie Hans Rooseboom van het Rijks zijn er nog ongeveer twaalf exemplaren in goede staat bekend, die in bezit zijn van onder meer de British Library en de Royal Society in Londen en het Metropolitan Museum en de New York Public Library.

Elk exemplaar is uniek. Op de helblauwe pagina’s staan 307 afbeeldingen van wieren in allerlei vormen: streepjes, draden, vlekken of wolkachtige vormen. Woensdag toonde het Rijksmuseum het boek aan een groep journalisten. Zonder de labels met Latijnse namen van de wieren, zouden het ook abstracte werken van een hedendaags kunstenaar kunnen zijn. Het werk ligt volgens het Rijksmuseum dan ook op de grens van wetenschap en kunst. „Atkins had een wetenschappelijke benadering, maar inmiddels zien we de fotografische, visuele en estethische kwaliteiten van haar werk. Er zijn verschillende kunstenaars die deze techniek nu gebruiken”, aldus Rooseboom.

Het Rijksmuseum kocht begin dit jaar het boek, waar het jarenlang naar had gezocht, van de New Yorkse kunstenaar Michele Oka Doner. Hoe zij aan het werk is gekomen, weet het Rijks „nog niet”. De aanschaf van Photographs of British Algae kostte 450.000 euro, waarmee het de duurste aankoop op het gebied van fotografie is die het Rijks ooit heeft gedaan. De BankGiro Loterij, de familie Cordia en het Paul Huf Fonds maakten het mogelijk. Op de tentoonstelling New Realities. Fotografie in de 19de eeuw, die op 17 juni wordt geopend, zal het Rijks een hele zaal wijden aan het boek.

Rijksmuseum krijgt fotografie-schenking: 35 zeegezichten
05-05-2017 AGENDA  NIEUWS  Door: Jasper van Bladel

Het Rijksmuseum heeft een genereuze schenking van ruim 35 fotografische zeegezichten ontvangen van een particuliere verzamelaar. Dit genre is voor de omvangrijke fotocollectie van het Rijksmuseum compleet nieuw. De schenking bevat verrassende werken van voornamelijk eigentijdse internationale fotografen als Viviane Sassen, Chip Hooper, Franco Fontana, Jo Ractliffe, Chris Mc Caw en van Simon van Til. Van 17 juni t/m 17 september 2017 is een selectie van dertien werken te zien in de presentatie 'Sea Views' in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum.

De collectie zeegezichten is met veel zorg, aandacht en liefde over een periode van 10 jaar door een particuliere verzamelaar bij elkaar gebracht. Elk werk is een intensieve oefening: een spel met lucht, licht en getij. De foto’s tonen de hand van de fotograaf én de rijkdom van de fotografie. De resultaten zijn totaal verschillend: de zee in het zwart of azuurblauw. Sommige werken zijn monumentaal, andere klein en intiem. In Sea Views zijn dertien foto’s van zeegezichten te zien. In Sea Views wordt een begeleidende film van Jochem van Laarhoven getoond.


Seascape Mar Ligure, Franco Fontana, 2005

Het zeegezicht
Nederland en de zee is een geliefd thema in het Rijksmuseum. In de 17de eeuw tekende Willem van Velde de kust voor Kijkduin en Terheijden in reusachtige en minutieuze pentekeningen. Jan Toorop verloor zich in de late 19de eeuw in de golvende zee voor Katwijk. Door de genereuze schenking zijn nu ook hedendaagse zeegezichten aan de collectie toegevoegd.

New Realities. Fotografie in de 19de eeuw
Gelijktijdig met Sea Views is in de Philipsvleugel een grote overzichtstentoonstelling 19de-eeuwse fotografie te zien. Driehonderd foto’s uit eigen collectie geven een beeld van hoe gevarieerd de fotografie was direct na haar uitvinding in 1839. Topfotografen als William Henry Fox Talbot, George Hendrik Breitner, Willem Witsen en Gustave Le Gray verschijnen zij aan zij met anonieme verrassingen die nog niet eerder zijn getoond.














woensdag 17 mei 2017

Views & Reviews The Swiss Nomad Yallah Sahara Paul Bowles Peter W. Häberlin Photography

Yallah
by Haeberlin, Peter W
Zurich: Manesse, 1956. 1st Edition. 83pp. Quarto with black cloth boards and white lettering to spine. Black endpapers and decorated with B&W photos. Haeberlin's first edition, published before the American English edition in German. A photographic essay about a Northern African tribe, with text by Paul Bowles.

26 OCTOBER 2012 - 10 MARCH 2013, VILLA CIANI - LUGANO

Sahara. Peter W. Häberlin. Photographies 1949-1952
The mysterious life of a great Swiss photographer who died before his time is recounted through his work and travels in the mythical Saharan desert.
100 years after his birth, Switzerland rediscovers Peter W. Häberlin.

The exhibition entitled SAHARA is dedicated to the Swiss photographer WERNER HÄBERLIN (1912 - 1953) and is the seventh project of the “Esovisioni” exhibition cycle. This cycle is a long-term project of the Museo delle Culture in Lugano and has the objective to define a sort of “map” describing how the West has viewed (and judged) the Others. During their research, the museum staff unearthed the traces of Häberlin’s life through the diaries and accounts of his friends, travelling companions and remaining relatives. It was a fascinating and adventurous project which now allows the visitor to discover the work of one of the greatest Swiss photographers of the past century. After two years of intense collaboration with the Swiss Foundation of Photography in Winterthur, the exhibition presents a rich selection of first prints, which were developed from the negatives conserved at the aforementioned Foundation.

HÄBERLIN’S SAHARA
His passion for the African continent might be seen as his own personal reaction to the dramatic war years, and as a yearning for an uncontaminated place which was not yet traumatised by conflict. A continent with the possibility of an ideal society; where man maintains an authentic relationship with nature. His photographs portray the African people in a sort of timeless dimension, and the documentary intention is replaced by observation and contemplation. His ethnographic subjects are projected into a philosophical and symbolic environment, and the photographer’s search for beauty reveals his own inner spiritual quest. Häberlin travelled between 1949 and 1952. These were slow journeys, without any haste. A sort of personal exploration of the world, in which real facts are eclipsed by a poetical disenchantment. His photographs are exposed to such direct light, that the portraits resemble carvings that leave no room for shadows. Some of his photographs were published posthumously in 1956 in the book Yallah, with a foreword by the American author Paul Bowles. One of the most famous American weekly magazines, The New Yorker, reported that it was the work “of one of the great photographers of our times, capable of showing, as only art can, what would otherwise have remained hidden”. The book was completed by Häberlin’s father with the help of Paul Bowles, and Häberlin’s photographs seem to be the photographic evidence of the descriptions in Bowles own masterpiece, The Sheltering Sky, which was made into a film by Bernardo Bertolucci. However, most of Häberlin’s photographs have remained unpublished to this present day, and this explains our desire to rediscover his work a centenary after his birth.

THE EXHIBITION
The Museo delle Culture presents 128 photographs that are displayed according to the various characteristics that portray Häberlin’s view of the world. They are displayed for the first time to a general public and were specifically developed for this exhibition from the negatives which are conserved by the Swiss Foundation of Photography in Winterthur. The exhibition is enriched by a selection of exhibits from the Tuareg material culture, on loan from the collections of the Museo nazionale di antropologia ed etnologia dell'Università degli studi di Firenze. The exhibition itself is a “journey within a journey”, following the same steps that Häberlin took over sixty years ago. Each of the exhibition sections - «Il viaggio», «L’assoluto», «Geometrie», «Il villaggio», «Le forme del quotidiano», «La memoria»; «Il mondo interiore» - are introduced by an extract from the letters that Peter W. Häberlin wrote to his wife during his first Saharan journey in 1949.

PETER WERNER HÄBERLIN
Häberlin made his trans-Saharan reportage between 1949 and 1952: a vast series of photographs from four journeys, where he followed the ancient caravan routes from Algiers, crossing the Saharan desert until he reached the North of Cameroon. Shortly after returning from his last trip, Häberlin died in a tragic accident in 1953, in the midst of his preparations for a new voyage to Mexico. Häberlin’s biography still remains a mystery today. Although challenging, it was very exciting to retrace his existential and professional steps in order to outline his travels, acquaintances and worldviews. He was born in 1912 in the rural village of Oberaach in Switzerland (canton of Thurgau) and his wanderlust was undeniable from the very beginning. He seemed to have used photography to accompany his slow travels, always respecting his own time rather than that of our fast-paced world.

Mosque, In Salah, central Algeria. 

The Swiss nomad
An exhibition at Villa Ciani recounts the work of Swiss photographer Peter W. Häberlin, which would never have come to light had it not been for the photographic book Yallah, with texts by Paul Bowles.

Art / Laura Bossi

In 1933, a 21-year-old Swiss man set off from his home in Canton Thurgau to walk to Africa. He passed through mainland Italy, stopping at Capri and Positano, before proceeding on to Palermo, where he embarked on a ship to Tunis. Walking and hitching lifts in lorries, he travelled from Tunisia to Morocco. In Algeria, he saw the desert and stopped at the oasis of Biskra before heading farther south to the city of Touggourt. During this journey — followed by another four between 1949 and 1952 — he created a reportage of outstanding beauty and his pictures are currently on display at Lugano's Villa Ciani.

Peter W. Häberlin (1912-1953) was an unusual man. Family duty initially pushed him into an apprenticeship as a pastry maker but, after doing his military service, he realised that his homeland, Switzerland, was too small for him and photography became his future.

After returning home following his first trip, Häberlin studied sculpture and photography in Hamburg before World War II forced him to move to Zurich and its applied arts school. There, he studied under Hans Finsler, who organised the Zurich school's photography course in 1932 and ran it until 1957.

After leaving the school, Häberlin started contributing to Zurich-based magazine Du, which at the time was publishing photographs by Werner Bischof, René Groebli and Otto Pfenniger. Although marked by prolonged absences, this job is the only one that has left specific traces in his archives — an indication of his restlessness.

Above: In Salah, central Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur 

Only in the travel dimension did Häberlin feel complete and, as Alessia Borellini explains in one of the exhibition's catalogue essays, his nomadic existence has a dual significance: "There is, of course, the physical journey that prompted Häberlin to travel the routes in the Algerian desert at least five times during his lifetime, but there is also his inner journey on which he sometimes followed similar trajectories, sometimes advancing and then going back over experiences, feelings and thoughts — because an inner journey is, by definition, free from constraints of time and space."

As you can imagine, this Swiss photographer had little interest in the systematic pursuit of professional success, at least as it is normally seen by many. Häberlin's work would never have come to light had Yallah not been published in 1956, three years after his premature death at just 41 years of age. This photographic essay of pictures taken on his African travels contained a text by the American writer Paul Bowles, author of The Sheltering Sky . The New Yorker published a review of Yallah in 1957, remarking how these were the images of a Swiss man who had died in 1953 at the age of 41 and who was undoubtedly one of the great photographers of his time.

This Swiss photographer had little interest in the systematic pursuit of professional success, at least as it is normally seen by many

A marabout’s domed tomb, Timimoun, central Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur 

The Sahara. Peter W. Häberlin. Fotografie 1949-1952 exhibition pays tribute to the concept of the journey and should not to be missed, featuring 128 unique B/W pictures that combine views of the Sahara desert with villages in northern Cameroon and domed tombs in central Algeria. Häberlin's most intense images, however, are the portraits of children and young women. Laura Bossi

Sifting grain, Colomb-Béchar, northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Through 10 March 2013
Sahara. Peter W. Häberlin. Fotografie 1949-1952
Villa Ciani, Parco Civico
Lugano, Switzerland

Beneath the portico, Colomb-Béchar (now Béchar), northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Road sign at Colomb-Béchar (now Béchar), northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Girls at the entrance to an Arab cafe, El Golea (today El Menia), central-northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur



Portrait of a young woman. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


A Tuareg camp near the Hoggar mountains. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


Village chief, a region of French Sudan (now Mali). Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


Arab girl in a courtyard , In Salah, central Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


Arab child, northern Sahara. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


The marketplace , Ghardaia, northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


A marabout’s domed tomb, Ghardaia cemetery, northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Häberlin, Peter Werner
* 25.5.1912, † 9.7.1953

Aufgewachsen in Kreuzlingen und Singen D. Berufslehre als Konditor in Berneck SG 1928-1931. Nach der Rekrutenschule Fussreise von der Schweiz über Italien nach Tunesien und Algerien 1932-1934. In Constantine arbeitete Häberlin in der Pâtisserie Viennoise, um seine Reisekasse zu füllen. Rückkehr über Marokko und Gibraltar. Weitere Reisen in Europa. Studium der Bildhauerei und Fotografie an der Hansischen Hochschule Hamburg 1938/39. Fotoklasse an der Kunstgewerbeschule Zürich 1940-1943. Veröffentlichungen in Atlantis und Du. Heirat mit der amerikanischen Studentin Jolita Coughlin 1948. Vier grosse Nordafrika-Reisen 1949-1952 auf den etablierten Karawanenrouten, zu Fuss, per Fahrrad und als Mitfahrer. Am Vorabend einer Reise nach Mexiko kam Häberlin bei einem Unfall in Zürich ums Leben. Als Fotograf war Häberlin kein Fotojournalist mit einem Auge für die Aktualität, ihn interessierten Menschen und Alltag in den Wüsten und Steppen Nordafrikas. Der Nachlass liegt bei der Fotostiftung Schweiz in Winterthur.

EINZELPUBLIKATIONEN
«Yallah» (Text Paul Bowles), Manesse, Zürich 1956; «Yallah» (Text Paul Bowles), McDowell, Obolensky, New York 1957; «Peter W. Häberlin. Sahara. Fotografie 1949-1952», Giunti, Florenz 2012.

SAMMELPUBLIKATIONEN
«Frauen aus aller Welt», Bertelsmann, Güersloh 1958; François Vergnaud, «Sahara», Editions du Seuil, Paris 1959; «Photographie in der Schweiz von 1840 bis heute», Niggli, Teufen 1974; «Photographie in der Schweiz von 1840 bis heute», Benteli, Bern 1992; «Vergessen & verkannt. Sieben Positionen aus der Sammlung der Fotostiftung Schweiz» (Kat.), Limmat, Zürich 2006; «Hans Finsler und die Schweizer Fotokultur. Werk - Fotoklasse - Moderne Gestaltung 1932-1960» (Kat.), gta Verlag, Zürich 2006.

EINZELAUSSTELLUNGEN
Museo delle Culture, Lugano 2012/13 («Peter W. Häberlin. Sahara. Fotografie 1949-1952», Wanderausstellung).

GRUPPENAUSSTELLUNGEN
Schweizerische Stiftung für die Photographie, Zürich 1974 («Photographie in der Schweiz von 1840 bis heute», Wanderausstellung); Fotostiftung Schweiz, Winterthur 2006 («Vergessen & verkannt. Sieben Positionen aus der Sammlung der Fotostiftung Schweiz»).





















donderdag 11 mei 2017

Photo Book Sketches by Ed van der Elsken acquired by Leiden University Library Photography


Photo book sketches by Ed van der Elsken acquired by University Library

11 May 2017
Leiden University has acquired previously unknown dummy material by Dutch photographer Ed van der Elsken (1925-1990). These are sketch versions of the photo book Sweet Life from 1966, which give unique insights into the creative process behind the photo books.

At the same time as the acquisition by Leiden University, the Stedelijk Museum in Amsterdam has also acquired new photo material, partly through procurement and partly in the form of gifts. These new acquisitions mean that the work of Ed van der Elsken is now firmly anchored in two public collections in the Netherlands.


World trip
In 1959 and 1960 Ed van der Elsken and Gerda van der Veen, his second wife, spent 13 months travelling around the west coast of Africa, continuing to Asia, via Kuala Lumpur, Singapore, Hong Kong and Japan, and eventually crossing the ocean to the United States and Mexico. Besides photos, the two artists made brief travel reports for the Dutch broadcasting company AVRO that were later televised. In the years between the artists' travels and the publication of the work (around 1961-1965), Van der Elsken made a number of sketches of the photos in order to determine the lay-out for the book.

Unique material
‘Although the photo books have been published internationally, pre-studies and dummies are unique material that really give you a feel for the artist and his skills,' says Maartje van den Heuvel, curator of Photography at the Leiden University Libraries. 'By comparing pre-studies you can see the creative process behind Sweet Life and the kinds of doubts and considerations that occupied Van der Elsken when he was preparing the book.' Along with the notes that the photographer made on the dummy material, the sketches give a unique insight into his thought processes. 'Particularly given that Sweet Life was close to Van der Esken's heart and it is a powerful expression of his artistry, this is a fantastic find and a very valuable acquisition,' Van den Heuvel explains.


Collection of versions of the sketches
Since 1975 Leiden University has had four of the five sketch versions of Sweet Life in its Library collection. The recently purchased dummy material was discovered among the Ed van der Elsken Estate, and its acquisition completes the Library's collection of dummies. With the acquisition of the newly acquired sketches, the second pre-study for Sweet Life, for which Van der Elsken sketched all the photos by hand on separate sheets, now comprises 73 pages rather than the previous 32. The fourth pre-study, made up of loose pages on which hand-made photo prints are affixed, now has 110 pages with the addition of the newly found 86 sketches.  In the present digital era, it is hard to imagine just how labour-intensive this kind of work was in the 1960s.

Research and teaching
Leiden University has some thirty dummies of famous Dutch photo books by Johan van der Keuken, Ed van der Elsken, Emmy Andriesse, Willem Diepraam and Koos Breuke, making the Leiden collection the most significant source for photo and art-historical research. Items from the collection are regularly loaned to museums.

The purchase of the dummy material was funded by the Rembrandt Association, with support from the Acquisition Fund of the BankGiro Lottery and the Mondriaan Fund.

122 photos to the Stedelijk Museum Amsterdam
The Stedelijk Museum, which already had more than 300 photos by this eminent Dutch photographer, has also extended its collection: 61 photos have been donated to the collection by the Ed van der Elsken Estate,  and a further 61 photos have been purchased. These are photos of his travels in Central Africa and Japan, and photos taken in Amsterdam. The works, both donated and purchased, are already part of the Ed van der Elsken - Camera in Love exhibition that can be seen in the Stedelijk Museum until 21 May.

Photos: pages from the newly acquired dummy material for Ed van der Elsken's book Sweet Life, from 1966.


Waarom gesteund?

30 juni 2014: Universitaire Bibliotheken Leiden verwerft twee fotoboeken van Ata Kando


Waarom gesteund door de Vereniging Rembrandt: Voorstudies en dummy’s van fotoboeken zijn van belang om de ontwikkeling van het Nederlandse fotoboek te kunnen zien. De opmerkingen en aanwijzingen die de kunstenaar er vaak op heeft aangebracht, geven inzicht in de persoonlijke opvattingen en werkwijze. Dit bepaalt in het algemeen de kunsthistorische waarde van de dummy’s van de fotoboeken waar Nederland zo beroemd om is.
De Vereniging Rembrandt hielp de Universitaire Bibliotheken Leiden in 2004 bij de aankoop van de dummy van Ata Kandó’s eerste boek Droom in het woud. Nu steunt de Vereniging hen bij de aankoop van de dummy’s voor haar tweede boek Kalypso & Nausikaä. Samen met de dummy’s van haar voormalig echtgenoot Ed van der Elsken voor zijn boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés is het nu mogelijk om op een unieke wijze de verschillende verbanden tussen deze werken te belichten en is tevens te zien welke ontwikkeling Ata Kandó in haar werk heeft doorgemaakt.
Deze aankoop is mede mogelijk gemaakt door het Themafonds Fotografie van de Vereniging Rembrandt.
Samenstelling: Maartje van den Heuvel, conservator Fotografie Universitaire Bibliotheken Leiden

















Ed van der Elsken

1954 (boek gepubliceerd in 1955)
Dummy Een Liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés
Dummy van 148 pagina's met 33 opgeplakte foto's, twee reproducties (op omslag voor- en achterzijde) en 1 tekening, 27,5 x 21,3 x 2,0 cm
Collectie Universiteit Leiden, inv. nr. PK-F-75.347.
Dit boek maakte Ed van der Elsken in zijn Parijse tijd, die hij samen met Ata Kandó doormaakte. Heel vergelijkbaar met Kalypso & Nausikaä van Kandó, de aankoop, is de vorm van de fotoroman die Van der Elsken hier hanteerde. In de layout die hij samen met vormgever Jurriaan Schrofer ontwierp, combineerde hij foto's in verschillende formaten met kleurvlakken in een filmisch ritme. Volgens kenners introduceerde Van der Elsken met dit boek de 'diaristic mode', naar het Engelse woord 'diary'. Dit fotoboek als fictief persoonlijk verhaal in fotoromanvorm zou internationaal navolging krijgen. Kandó hanteert ook deze persoonlijke romanvorm. Waar Van der Elsken echter verhaalt over jongeren die hij in de Parijse café's ontmoet, maakt Ata Kandó fotoboeken met en over haar drie eigen kinderen.


Ata Kando

1955 (boek gepubliceerd in 1957)
Twee fotoboekdummy's Droom in het woud / Madeleine la Fée des Bois
twee voorstudies met papieren bladen en opgeplakte originele fotoafdrukken (ontwikkelgelatinezilverdrukken)
Dit is het eerste boek dat Ata Kandó maakte in haar Parijse tijd, waarin zij Ed van der Elsken ontmoette. Samen met deze Nederlandse fotograaf, met wie zij later zou trouwen, experimenteerde zij met het fotoboek als persoonlijk en fictief verhaal in fotoromanvorm. Kandó, die het communisme in haar geboorteland Hongarije was ontvlucht, verdiende in Parijs enig geld in de doka's van fotoagentschap Magnum. Hier drukte zij foto's af van onder andere Robert Capa en Henri Cartier-Bresson. Ondanks haar armoede bracht zij haar drie kinderen in contact met bijzondere natuur en landschappen van Europa en liftte met hen in zomer 1955 naar de Alpen. Naar aanleiding van de mythe De schone slaapster liet zij haar kinderen scenes verzinnen en theatraal ensceneren, die zij vervolgens fotografeerde. Dezelfde opzet, maar dan in een ander landschap en met een ander verhaal, zou zij het jaar erna hanteren voor het boek dat nu is aangekocht, Kalypso & Nausikaä.


Ata Kando

Zomer 1956 (boek gepubliceerd in 2004)
Fotoboekdummy I Kalypso & Nausikaä : foto’s naar Homerus’ Odyssee
Voorstudie van 35 losse bladen met opgeplakte originele foto’s (handafgedrukte ontwikkelgelatinezilverdrukken), grafische elementen en aantekeningen, 42,6 x 32,1 x 3,3 cm.
Kalypso & Nausikaä is het tweede boek dat Ata Kandó maakte in de Parijse tijd die zij deels met Ed van der Elsken doorbracht. Net als Van der Elsken in Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés en net als in haar eerste boek, combineerde Kandó in dit werk foto's in een layout met afwisselend grote en kleine formaten tot een filmisch geheel. Deze eerste dummy is geheel van Kandó's eigen hand en zonder de samenwerking van vormgever Jurriaan Schrofer tot stand gekomen. Doordat deze nogal afwijkt van de tweede dummy, naar welke het gepubliceerde boek is gemaakt, geeft deze aankoop uniek inzicht in de artistieke opvattingen van Ata Kandó zelf.

Ata Kando

Zomer 1956 (boek gepubliceerd in 2004)
Fotoboekdummy II Kalypso & Nausikaä : foto’s naar Homerus’ Odyssee
Dummy met 26 bladen met opgeplakte originele foto’s (handafgedrukte ontwikkelgelatinezilverdrukken), grafische elementen en aantekeningen, 28,5 x22,5 x 3,2 cm
Nadat zij een eerste dummy zelf had vormgegeven en geproduceerd (zie andere deel van de aankoop, PK-F-2014-0034) zou Ata Kandó met vormgever Jurriaan Schrofer deze tweede dummy geheel herzien. In de uiteindelijke versie - naar welke ook het gepubliceerde boek is gemaakt - werd de afwisseling tussen grote en kleine formaten vervangen door de keuze om alle foto's paginavullend weer te geven. Het formaat van het boek en het aantal foto's werden kleiner. Het fotoboek verbeeldt een fantasie op Homerus' Odyssee, die Kandó haar kinderen in het Italiaanse Paestum liet ensceneren. Het persoonlijke, fictieve karakter en de structuur van de fotoroman van dit fotoboek is wat de fotoboeken van Ata Kandó en Ed van der Elsken uit deze Parijse periode zo beroemd maakt. Doordat met deze aankoop de voorstudies van al deze drie boeken in de Bijzondere Collecties van Universiteit Leiden aanwezig zijn, ontstaat een unieke mogelijkheid tot vergelijken.


Johan van der Keuken (Amsterdam 1938 - Amsterdam 2001)

1956-1958 (boek gepubliceerd 1963)
Paris Mortel
dummy papier met opgeplakte originele fotoafdrukken (ontwikkelgelatinezilverdrukken), 30,0 x 24,0 x 3,3 cm
Collectie Universiteit Leiden, PK-F-94.0150
Paris Mortel geeft niet alleen aan dat meer fotografen, net als Ed van der Elsken en Ata Kandó, in de jaren vijftig waren gefascineerd door Parijs. Samen met Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés, Droom in het woud en Kalypso & Nausikaä is Paris Mortel exemplarisch voor het bijzondere karakter van het na-oorlogse Nederlandse fotoboek, bereikt door de hoge kwaliteit van de afzonderlijke foto's, de persoonlijke en fictieve aard van het verhaal en de filmische structuur die het beeldverhaal kreeg door de layout van fotocombinaties. Als enige collectie in Nederland geeft Universiteit Leiden met meer dan dertig dummy's inzicht in de bijzondere geschiedenis van het na-oorlogse Nederlandse fotoboek.


Columns en recensies Recensies | 7 november 2013 | Door: PhotoQ
Paris Mortel is nu onsterfelijk
Paris mortel retouché, dat net verschenen is en volgende week wordt gepresenteerd in Parijs, is een prachtig boek van Willem van Zoetendaal, waarin hij op allerlei lagen het fotoboek Paris Mortel van Johan van der Keuken heeft aangeraakt: de ontstaansgeschiedenis van het boek uit 1963, het oorspronkelijke ontwerp in zijn definitieve versie, het uiteindelijke gedrukte ontwerp, het niet gebruikte beeldmateriaal en het karakter van zijn fotografie in relatie tot zijn tijd.

– door Leo Divendal –

Joan van der Keuken (hij veranderde zijn voornaam in Johan in 1964) studeerde aan de IDHEC film academie in Parijs van oktober 1956 tot augustus 1958. Recent was in het EYE-filmmuseum zijn eerste korte film Paris à l’aube te zien die hij in dezelfde periode maakte, een ontwakend Parijs in sfeervolle, bijna fotografische filmbeelden.

Paris Mortel, dat in de werktitel nog Paris Immortel heette drukt precies uit wat Van der Keuken wilde en wat geleidelijk aan voor hem duidelijker werd in de jaren tussen de foto’s en het ontwerpen: een rauwer, zwarter en socialer beeld geven van Parijs, dan het romantische beeld dat de fotografen van Parijs ons voorschotelden in zijn boek laten zien.

Willem van Zoetendaal heeft een grondige studie gemaakt naar Paris Mortel en er in dit zojuist verschenen boek een helder essay over geschreven, over passie en ambacht gesproken. De geschiedenis van het oorspronkelijke boek qua samenstelling en ontwerp wordt door hem op zijn constructie ontleed en toegankelijk gemaakt: hoe zit Van der Keukens fotografie eigenlijk in elkaar, onder invloed van welke fotografen stond hij, hoe ging hij met dat materiaal om in het maken van een maquette, waarom haalde hij er een ontwerper bij en wat heeft deze aan het werk toegevoegd. Johan heeft zelf over deze periode verschillende uitspraken gedaan die zeer de moeite waard zijn om te lezen, eigenzinnig en kritisch. Op elke pagina van het essay is er heel mooi een als ‘voetnoot’ weergegeven. Het geeft al vroeg aan dat Van der Keuken ook uitvoerig reflecteerde op zijn fotografie, kwesties als uitsnedes, framing, montage, ontwerpen, verschil tussen fotografie en film, William Klein, de jazz muziek van Miles Davis, John Coltrane kregen zijn aandacht en verwoordde hij heel uitgesproken. Dat is hij zijn hele leven trouwens blijven doen. Zo lees ik in een van zijn uitspraken over de periode in Parijs hoe hij tussen zijn 18e en 20e als filmstudent zoveel mogelijk lessen liet vallen om door de stad te dwalen, volledig gegrepen door de fotografie, grote thema’s als ‘Menselijkheid in de Metropolis’ aan te pakken en tot iets persoonlijks te maken.

Het intrigerende is dat in deze studie zowel Johans derde en laatste maquette integraal wordt vertoond alsook het gehele Paris Mortel zoals grafisch ontwerper en typograaf Marinus H. van Raalte die hij kende van het avant-garde magazine Twen waarin eerder iets van de Parijse foto’s vertoond werd en waarin Johan kennelijk vertrouwen stelde.


photoq-zoetendaal-johan-van-der-keuken--paris-mortel-Retouche

We kunnen nauwgezet vergelijkenderwijs volgen wat er zich in dat proces heeft voltrokken. Willem van Zoetendaal heeft naast de integrale laatste maquette en het definitieve ontwerp ook een selectie prachtige foto’s uit die periode opgenomen die niet in het boek zijn opgenomen. Het toont een verrijkt beeld op van het werk van Johan van der Keuken. Je ziet een zekere tweestrijd tussen de romantiek van zijn werk en een politieker, socialer beeld al in dit vroege werk aanwezig. Dit dilemma zal ook in zijn latere werk, zowel in zijn fotografie als zijn films een rol blijven spelen. De ‘nieuwe’ toegevoegde beelden zijn wat zachter, poëtischer en zou misschien het schrijnende van Paris Mortel teveel verzachten of neutraliseren. Deze beelden werden wel al door Johan opgemerkt, in zijn maquette opgenomen of op zijn contact-sheets aangemerkt. Het is een genot om deze foto’s te zien, weerspiegelingen van Johans prachtige blik, zoals een vrouw met een paraplu aan het Canal St. Martin, eerder een foto die aan Kertész doet denken dan aan zijn grote invloeden Ed van der Elsken en William Klein.

Voor mij was Paris Mortel, ergens eind jaren zeventig een eye-opener. Ik was Parijs aan het ontdekken en de romantische fotografen als Izis, Brassaï, Kertész en daar was ineens dat roetzwartfotografische Paris Mortel, dat ik bij een opruimhandelaar in Alphen ontdekte, voor een habbekrats te koop en met vijftien exemplaren tegelijk kocht en vervolgens enthousiast uitdeelde aan mijn fotografische vrienden in Nederland en Parijs, zoals onder andere aan mijn leermeester Izis die zijn romantische boeken Paris des Rêves en Grand bal du printemps over Parijs had gemaakt. Juist daarom hield Izis zo van William Klein en nu ook van de voor hem onbekende Johan van der Keuken, die rauwere en scherpere blik op de grootstad, socialer, bewogen, directer, juist daarom, iets dat hij zelf niet zou kunnen. En ik herken me daarin op dezelfde wijze. Maar dat alles maakt Johans werk in feite niet minder romantisch, het blijft een blik van medeleven, mededogen die altijd bleef doorschemeren in zijn werk.

In 2010 maakte Willem van Zoetendaal Quatorze Juillet van Johan van der Keuken. Noshka van der Lely schreef in dit boek een toelichting op het vertonen van de hele sequence die Johan op 14 juli 1958 maakte, waarvan in Paris Mortel en in latere boeken maar één en steeds dezelfde foto verscheen. Ging het toen om de studie rondom één foto, ditmaal om een heel boek. Toch is er een duidelijk verband tussen beide boeken. Beide studies gaan diep in op de wijze van werken van Johan en proberen aan het licht te brengen wat voor keuzes hij maakte en waarom. Steeds komt in feite de vraag naar voren: wat is de noodzakelijke performance van dit werk. Een kwestie die uiterst zinvol is om het volledige werk beter te begrijpen: hoe en welke selecties zijn gemaakt, hoe en waarom maakte de fotograaf maquettes, ontwierp hij zijn selecties in een grafisch concept, werkte hij samen met ontwerpers en hoe zagen de verschillende werken het licht in hun definitieve gedrukte vorm. Bekend is dat Johan in dergelijke processen, zowel in de fotografische als in zijn filmprojecten, uitermate geïnteresseerd was. Zoals ook in het recente expositieproject in het EYE te zien was, draait het vanaf het begin af aan steeds om montage. Hoe monteer je het werk zo dat beeld, stemming, verhaal, vorm, alles tezamen het beste communiceert, zoals de fotograaf wil overbrengen.

In tegenstelling tot veel fotoboeken over fotoboeken is Paris mortel retouché een uitzondering. Zoals books on books van Errata editions, of de Rijksmuseum studies in photography in een format gestopt worden, doen dergelijke uitgaven niet altijd recht aan het bijzondere en specifieke van een fotografisch werk, doordat ze verschillende projecten in een uniforme reeks stoppen. Willem van Zoetendaal daarentegen maakt telkens, ook dit keer weer een ontwerp dat toegesneden is op dit specifieke werk. En alles integreert perfect: de verschillende lagen, nieuwe beelden, teksten, typografie, maat, drukkwaliteit, covers, allemaal tezamen om tot een optimale performance te komen. Zo is Paris Mortel toch nog ‘immortel’ geworden, opnieuw aangeraakt, zoals uitgedrukt in de mooie titel: Paris Mortel Retouché.